F. In de kring boek bekijken
Het boek dat een kindje meebracht, wordt in de kring bekeken.
Annet bouwt interactie op. Zij stelt niet alleen de vragen. Ze speelt de vragen weer terug en gebuikt de vragen van de leerlingen. Ze stimuleert dat kinderen op elkaar en op zichzelf reageren. Ze gebruikt ook de mening van leerlingen. Annet kent het boekje niet. Peter heeft het als verrassing meegenomen. Annet vraagt aan de kinderen hoe zij het aan zal pakken.
Kijkwijzer blz. 5a.
Trefwoorden: Feedbackstrategieen, modeling De hoofdzaak is de voorleesactiviteiten met effectieve interactie.
Fragment duurt bijna 2 minuten.
Analyse Madeleine
Sterk:
- Goed dat de leidster wacht met beginnen tot alle kinderen zitten en ze de aandacht heeft. Aardig dat ze ook even noemt dat je boeken bij de bibliotheek kunt halen. Voor deze doelgroep ook belangrijk. Nu zijn ze nog klein, maar als je het vaak genoeg zegt, valt op een dag het kwartje.
- Goed dat de leidster op de taaluitingen van de kinderen reageert en dat ze aangeeft dat ze blij is met de taaluitingen van de kinderen.
Kans:
Aandacht voor de verhaalstructuur. Leidster gebruikt het boek als verzameling ‘praatplaatjes’. (‘Wat zie je?’ i.p.v. ‘Waar gaat het over?’ ‘Waar gaat het heen?’) Hiermee is het voorlezen wel een moment van entertainment, maar er is geen sprake van aandacht voor de verhaalstructuur of ontwikkeling van het verhaal. Leidster zegt dat ze niet weet waar het over gaat, maar geeft de kinderen tijdens het bladeren ook niet het idee dat ze al bladerend meer te weten komt. Op zich is dat niet erg, maar ze zou kunnen zeggen:” ik heb het boek nooit eerder gezien, en nu blader ik er alleen maar snel doorheen, dan zie je alleen maar plaatjes, maar dan weet ik nog niet echt wat er precies gebeurt hè? Als we dat willen weten moeten we het misschien een keer op een rustig plekje gaan lezen en goed kijken naar de voorpagina wie er in het boek voorkomen, wat de figuren doen, of het misschien spannend wordt, hoe het verhaal afloopt, etc. ”
Nu zijn de peuters nog erg klein, maar de leidster kan zelf zeggen “Kijk, ik denk dat dit boek hier en hier over gaat. Kijk maar eens naar …..” Of aan het einde “Dus, waar het boek over gaat is …. want ……
Het is begrijpelijk dat de leidster er nu geen aandacht aan besteed, maar het is wel een manier waarop je het vaker ziet gebeuren.
